Jack

Jack

uitgestrekte draf Jack was mijn eerste paard. Achteraf gezien niet het meest makkelijke soort paard om mee te beginnen, maar hij bleek een goede leermeester!

Jack is een typische draver: Slank van bouw, uiterst voorwaarts, en met extreem ruime gangen. De meeste andere paarden hebben moeite om hem in stap bij te houden, en een draf voor hem betekent voor andere paarden al snel een galop. Naast de gewone draf kent een draver ook nog een rendraf, het is een zeer snelle draf, waarbij de achterbenen wijd gaan staan en voor de voorbenen langs grijpen. Bij Jack heb ik met mijn GPS eens een drafsnelheid van 60 Km/h geregistreerd!
Comfortabel is zijn draf allerminst, hoe langzamer hoe moeilijker het is uit te zitten, maar gelukkig kan hij ook nog tölten. Jack is dus, zoals veel dravers, een gangenpaard.

Dravers zijn zeer geschikt om lange afstanden mee te rijden, ze zijn een brok energie, onvermoeibaar, en fysiek zeer sterk. Dravers zijn een van de weinige paarden die niet op uiterlijk maar op pure prestatie worden gefokt, en zwakkere exemplaren worden nooit voor de fok gebruikt.
Dit voordeel is echter tegelijkertijd ook een nadeel: Het zijn paarden met een winnersmentaliteit, zowel fysiek als mentaal. Van de mensen die ik ben tegengekomen die ook een draver hebben (gehad) hoor je vaak dat ze problemen hebben om het tempo onder controle te houden. Ook komt het relatief vaak voor dat een draver niet wil galoperen.

Trektrocht van Drenthe naar Brabant.
Toen ik Jack kreeg was hij vol verzet. Hier en daar kreeg ik het advies om hem te laten inslapen, zo erg was het. Kijk ook maar eens op de pagina hoe het begon, daar vind je het hele verhaal en wat oudere foto's.

Gelukkig is dit alles met behulp van Parelli Natural Horsemanship overgegaan. Ik rij hem nu uitsluitend bitloos, op een touwhalster, hij kan prima tempo houden zonder dat er correcties nodig zijn, zelfs heb ik met hem een trektocht gereden van Drenthe naar Brabant, op een touwhalster natuurlijk! Galoperen kan hij nu ook, zonder er wild van te worden.

Veel dravers kunnen tölten, maar gek genoeg doen veel dravereigenaren veel moeite om die "gekke" manier van lopen af te leren! Meestal is de enige motivatie onbekendheid met het fenomeen tölten.

Later ging het beter...De tölt is een uiterst comfortabele "4-slags-gang zonder zweefmoment" en komt voornamelijk voor bij IJslanders en een klein aantal andere rassen, en de snelheid van deze unieke gang komt overeen met een normale draf. De achterhand loopt 90 graden uit fase met de voorhand: Er is altijd minstens één hoef aan de grond, en er vindt dus geen periodieke "harde landing vanuit zweeftoestand" plaats. De beweging bevat nagenoeg geen enkele verticale component meer, het spaart de gewrichten van het paard, en een comfortabeler gang bestaat niet! Behalve comfortabel schijnt het ook efficienter te zijn omdat het paard geen energie verbruikt om zichzelf iedere keer te laten zweven.

Hoe komt het dat een draver kan tölten? Dit komt omdat ze in Amerika behalve draf-races ook telgang-races houden. In Europa kennen we slechts de draf-races, maar omdat er veel gekruist wordt tussen de dravers in Amerika en Europa hebben veel van onze dravers ook aanleg voor de ren-telgang. En als een paard kan telgangen is de kans groot dat het paard ook kan (leren) tölten. Goed leren tölten is echter een sport op zich, maar zeker de moeite waard! Lees hier verder over gangenpaarden.


Klik hier voor foto's en verhalen over onze andere paarden

www.paardnatuurlijk.nl

Teller